Reisverslag 5: Het Noorden van Peru

In een stille nachtbus rijden we de grens over van Ecuador naar Peru. De bus is niet al te vol en ik deel twee zitplaatsen met twee kleine kakkerlakken, jakkes! Maar dat is ook een deel van reizen. Rond 4u s’morgens worden ik en een Ecuadoriaanse meid afgezet aan de kant van de straat in het kustdorpje Mancora. Een zwerm tuktuk bestuurders stormt op ons af en een dollar per persoon later, staan we voor de deur van onze hostel. Het is schijnbaar de enige plek in Mancora waar er s’avonds iets te doen is. Ik ga slapen rond 5u s’morgens met het geluid van bulderende golven.
Wanneer ik wakker wordt en naar het zwembad ga, merk ik een paar dingen op: het is hier vrij duur, en buiten het resort, vrij lelijk. Ik ben verrast door de kustlijn; dor, oranje, met onafgemaakte gebouwen en vuilnis. Niet wat ik gewoon ben na de prachtige Braziliaanse stranden! Ik besluit samen met Maribel, de Ecuadoriaanse, de stad in te  gaan en een bus te boeken voor morgenavond. Langer dan twee dagen wil ik niet blijven in zo een lelijke plek denk ik! Te snel geoordeeld, want de volgende avond heb ik spijt dat ik alweer vertrek.. Ik maakte enkele vrienden in de hostel, waaronder twee erg vriendelijke Israeli. Hiervoor was ik wat argwanend ten opzichte van Israeli op reis, omdat ik een paar slechte ervaringen had in het verleden. Maar, je mag niet iedereen over dezelfde kam scheren. We eten in een heerlijk lokaal sushi tentje en ontmoeten elkaar de volgende dag weer bij het zwembad. In de ochtend doe ik een walvissentour, waar je op een bootje in volle zee op zoek gaat naar walvissen. We krijgen ruggen en staarten te zien, maar helaas geen sprongen uit het water. Enkele weken ervoor had ik twee Duitse meisjes ontmoet die ook een tour hadden gedaan, en de walvissen hadden zien springen. Het was blijkbaar zo impressionant dat een van de twee een walvissen tattoo liet zetten erna. Voor mij helaas dus nog geen walvissentattoo. De rest van de dag breng ik aan en in het water door, vooraleer ik de volgende nachtbus trotseer. Ik maak een deal met mezelf: op de volgende bestemming wil ik minstens 4 nachten op een rij al liggend doorbrengen, en niet met mijn nieuwe kakkerlakkenvrienden in een nachtbus.
Ik ontmoet opnieuw een Israelische en we nemen samen een bus van 18,5u naar Huaraz. Het werd ons verkocht als een directe bus, maar de concurrentie waarschuwden ons al dat de dames niet erg trouw aan de waarheid waren. In Chimbote wisselen we van bus rond 6u s’morgens. Het Peruviaanse landschap is woestijnachtig, dat ben ik niet gewend. Tot nu toe zag ik vooral bossen en groen, ergens had ik verwacht dat Peru en Ecuador er bijna hetzelfde uit zouden zien, maar niets is minder waar. Ik dacht dat het gewoon aan Mancora lag, maar het begint steeds meer te klikken dat het niet het kustdorpje is, maar gewoon het landschap. We komen aan in Huaraz in de middag, dé plek voor wandelingen op hoogte in Peru met schijnbaar prachtige zichten.
In de daaropvolgende dagen doe ik verschillende wandelingen met verschillende graden van succes. De eerste wandeling is op 4200 meter. Hoewel het me lukt, krijg ik na tien minuten op de top last van hoofdpijn. Ik neem een hoogteziekte pilletje, maar het is al te laat. De rest van de dag voel ik me ziek van de hoofdpijn. De volgende ochtend sta ik op met tintelingen in mijn vingertoppen. Ik doe een tour naar wat bergmeren op 4500 meter, maar haal de tweede niet. Halverwege de berg die je over moet voor het tweede meer, begint mijn zicht te draaien en troebel te worden. Ik daal onmiddelijk af en loop richting enkele 2200 jaar oude muurschilderingen. Deze zijn prachtig om te zien en ik word er zo blij van, dat ik even mijn hoogteziekte vergeet. In de rest van mijn tijd in Huaraz schrijf ik, bel ik mijn ouders, bezoek ik musea en doe ik een laatste wandeling die iets later is, op 3750 meter. Deze haal ik gelukkig wel en het haalt mijn moraal naar boven. Misschien kan ik wel gewoon worden aan hoogte, als ik mezelf gewoon wat meer tijd gun?
Ik neem een luxueuze nachtbus naar Lima; de eerste rij op de bovenste verdieping, zonder buren (een individueel bed), met gordijntjes, gratis thee en snacks. Lima maakt een goede indruk op me, ik gebruik de drie dagen om allerlei dingen te doen die je best in een stad doet. Musea, wandel tours, gastronomie, een pakketje naar Peer verzenden, kleding wassen, en een vriend ontmoeten die ik maakte in Rio. Wat leuk en nostaligisch om reisvrienden terug tegen te komen op andere bestemmingen in je reis! Tot nu toe blijft Rio en de mensen die ik er ontmoette, wel een speciaal plekje behouden in mijn hart. Ik denk dat Rodrigo zien en met hem praten over zijn stad, de ervaring extra leuk maakte. Hij vertelde me over alle files en het drukke verkeer (verschrikkelijk! Ik miste er bijna mijn bus door), de ongelijkheid tussen mensen, zijn leven en werk, …
Lima is een stad met mooie oude architectuur, koloniale gebouwen, kunstige muurschilderingen, en mooie appartementsgebouwen met uitzicht op de zee. Die is ruw, en er is een klif die net voor de kust naar beneden stort. Hoewel ik in Lima niet gek veel heb gedaan, vond ik het een hele leuke plek en ben ik nu al aan het bekokstoven of ik er niet terug heenga indien Cuzco zou tegenvallen. What can I say, I’m a city girl!
Tijdens het schrijven van dit stukje blog, ben ik op weg naar een klein dorpje dat Paracas heet, waar je een nationaal park hebt met zeeleeuwen en een iconisch zicht voor zonsondergangen. De weg naar daar is de panamerikaanse snelweg, die ik ondertussen al zuidwaarts ben aan het volgen sinds Quito. Ik kijk uit het raam en zie zand, zand, zand. 
In Paracas bezoek ik het nationale park, waar er grote lijnen in het zand zijn getrokken door een oude beschaving, net zoals in Nazca! De lijnen liggen op de noordkant van een duin, in Paracas komt de wind altijd van het zuiden. Daarom blaast de tekening nooit weg, aldus de gids. Ze wist me ook te vertellen dat de Atacama woestijn tot in het noorden van Peru reikt, dat verklaart mijn verwarring bij het zien van al het zand overal. Ik dacht dat Peru groen zou zijn, zoals Ecuador en Colombia, maar het is meer geel en oranje.
Vanuit Paracas maak ik mijn weg naar Huacachina, een kleine oase in de zandduinen naast de stad Ica. Naar Huacachina gaat eigenlijk iedereen omwille van het sandboarden, zand buggyen en andere zandsporten. Ik loop rond iets voor vijf uur s’avonds mijn hostel uit om een zak chips te kopen, wanneer ik word tegengehouden door een verkoper. Of ik nu (ja, nu nu!) op een zandbuggy tour wil gaan. Hij biedt me 50, ik zeg toe voor 40. Dezelfde tour kostte 110 soles in de hostel, voor bijna een derde van de prijs vind ik dat ik een goede koop heb gedaan. De buggies rijden met een hoop diesel en wat nitro voor extra paardenkracht als gekken over de zandduinen. We zitten vast met een harnas aan veiligheidsgordels, maar wanneer de buggy over een steile rand met een meters diepe afgrond rijdt, slaak ik toch een schietgebedje. De Colombiaanse naast mij wordt er plots ook gelovig van. We bekijken de zonsondergang vanop onze buggy en doen aan sandboarden of “bodyboarden” in het zand, super leuk! De volgende dag maak ik een telefoontje naar het thuisfront en neem in de avond maar weer een nachtbus richting Arequipa, terug de Andes in.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *