Ik word wakker op een schommelende nachtbus richting Cuzco en open het gordijntje. Voor de eerste keer zie ik alleen maar bomen en groen! Mijn humeur is meteen goed en ik hou nu al van de stad. Cuzco heeft bijna alles wat ik van een stad verwacht. Het is mooi, historisch, vol kerken, musea, koffiezaakjes en afgewerkte huizen. Dit is verbazend uniek in Peru, de meeste huizen hebben geen echt dak en staan enkel in hun rode baksteen ruwbouw fase zodat de eigenaren minder belasting moeten betalen.
De eerste twee dagen verken ik de stad en plan ik de rest van mijn tijd in Cuzco uit. Met enkele reizigers die ik ontmoette in Arequipa plannen we om de Salkantay trek zelfstandig te lopen. Ik informeer me bij verschillende tour agentschappen en we pinnen een datum om te starten. Maar hiervoor wil ik de regenboog berg bezoeken, op 5100 meter hoogte. Na mijn hoogteziekte in Huaraz wil ik zeker zijn dat ik de Salkantay pas aankan (4600 meter) en als ik deze regenboogberg op kan, moet de Salkantay zeker wel lukken! De weg naar de berg is moeilijk. Het is niet stijl, maar door de hoogte is het een uitdaging. Het voelt alsof we een stijle berg beklimmen terwijl we eigenlijk maar een heuveltje opgaan. Het uitzicht is mooi en de verschillende mineralen zijn zeer indrukwekkend. Daarna klimmen we verder naar de rode vallei, die ik net wat minder mooi vind. We blijven bovenaan de klif en gaan zitten. Dit was foute boel voor mij, en opeens begint mijn maag te draaien. We lopen naar beneden en tegen de tijd dat we in het busje zijn, is de inhoud van mijn maag al naar buiten gekomen. De rest van de dag ben ik super misselijk en moet ik meedere keren overgeven. Ik krijg schrik dat ik niet de Salkantay kan lopen en boek mezelf op een Inca Jungle Trek, waar we allemaal avontuurlijke dingen zoals mountainbiken en raften gaan doen, en een deel van de originele Inka trail bewandelen.
Na nog een rustdag ga ik naar de lagune van Humantay, het begin van de Salkantay trek, op 4200 meter. Deze wou ik heel graag zien en ik voel me helemaal prima tijdens de wandeling! Het uitzicht was prachtig en welverdiend, mijn eerste keer boven 4000 zonder hoogteziekte. Ik ben wat teleurgesteld dat ik zo snel conclusies had getrokken na de regenboogberg en daardoor toch niet heb doorgebeten en de Salkantay heb gedaan. Ik wandel de Inka jungle trek, die leuk was maar met een kleine groep. En de Salkantay trek bleef maar door mijn hoofd spoken; had ik het toch maar gedaan… Mijn laatste uitstapje was naar de heilige vallei van de Inka’s, samen met twee sympathieke Italianen. We zijn veel ruines, de mooiste vond ik Ollaytatambo. De site is gebouwd tegen een heuvelrug en vanuit de archeologische site kan je nog andere bouwwerken van de Inkas op andere bergen zien. We bezoeken de zoutmijnen van de heilige vallei, die gevormd zijn doordat zeewater gevangen werd tussen de bergketens tijdens het verschuiven van de tektonische platen. Niemand weet hoeveel zout er nog rest, aangezien het ontginnen al begon bij de Inka’s. Ze gebruiken de site zolang pachamama zout blijft geven. De dag erop koop ik de laatste dingetjes voor de trek (een legging, shampoo, wc papier) en maak ik me klaar voor avontuur!
De Inka Jungle trek begon verassend: ik stap de auto in en kom erachter dat we maar met 4 zijn! Een vrolijk Canadees koppel, een stille kerel uit Iran en ik. Tijdens het mountainbiken gaat alles fout wat je je kan bedenken: twee ontplofte achterbanden, een rem die het begaf en een crash. Uiteindelijk rijden we hem uit met 3 personen (inclusief gids) in plaats van vijf. In de middag ben ik de enige die het raften aandurft. We raften over een zijtak van de amazone rivier, ze is bruin en het water is woest. Aan de oevers schieten bergen de hoogte in, vol groene vegetatie. We zijn op dit moment in de hoge jungle, waar je minder enge insecten vindt en meer enge grotere dieren, zoals panters. Maar die hebben we niet gespot. 😉 De tweede dag start vroeg met twee shots lokaal gebrouwen sterke drank. Niet drinken was geen optie, want dat zou Pachamama (moeder aarde) beledigen. Vrolijk lopen we de grote berg van de Inka Trail op. We stoppen af en toe voor mooie vergezichten en om water en snacks te kopen. Bij een van de standjes zijn we een hondje stuiptrekken. Hij is gebeten door een vieze mug en zal waarschijnlijk maar een paar weken leven. Zo erg en oneerlijk… De mug is een van de grootste moordenaars in de amazone, en deze was eentje waarvan ik zelfs nog nooit had gehoord. We lopen verder via rivieren, bossen, bananenplantages en hangbruggen tot we aankomen bij de thermale baden. Ik knijp er nog een snelle zipline tussen en ontspan in het warme water. De laatste dag lopen we via de treinsporen van Hidroelectrica naar Aguas Calientes, het dorpje van Machu Picchu. Het is een tocht van 11 km (de dag ervoor was 22 km), maar toch voelt het langer aan dan de dag ervoor. De route is mooi, maar een tikje monotoom. Het voelt aan alsof de treinsporen nooit zullen eindigen. Af en toe raast er een PeruRail trein voorbij. Eenmaal in het dorp lunchen we en nippen we aan net iets teveel Pisco Sours, waarna we een vrolijke middag souvenirshoppen hebben. De laatste ochtend nemen we een bus naar Machu Picchu. De bus duurt maar 20 minuutjes, maar daarmee sparen we een stijle klim van 1,5 – 2 uur uit. De site zelf is mooi, hoewel ik de bergen errond misschien nog adembenemender vind. Na een prachtige zonnige ochtend waarin we leren over de tempels en irrigatiesystemen, rollen de wolken over de bergtoppen de site binnen terwijl we naar buiten lopen. Ik neem de benenwagen naar beneden en na 1.5 uur dalen sta ik terug in Aguas Calientes. Ik check in in een nieuwe hostel en breng de middag door met een vrolijke Nieuw-Zeelandse vol reisverhalen. Ze is al 2,5 jaar onderweg. Op mijn laatste dag in Aguas Calientes koop ik wat kaartjes voor het thuisfront en neem ik een panoramische trein terug naar Cuzco. De zichten zijn prachtig, net zoals de heilige vallei. Ik begrijp dat de Inka’s deze plek kozen, de bergen staan dicht bij elkaar en gaan stijl omhoog. Het dal is diep, nauw, plat en vruchtbaar. Je zou voor minder denken dat de goden aan de bergtoppen wonen.
Ik vat een plan op om de volgende ochtend toch nog de Salkantay trek te lopen, en maak me klaar voor een volgende vroege ochtend. Mijn lichaam is echter te moe, en ik overslaap me. Ik heb geen zin om nog 4 dagen hier te door te brengen, want ik wil ook voldoende tijd voor Bolivië, Chili en Argentinië. Ik besluit die avond een nachtbus naar La Paz te nemen, en het is een van de beste beslissingen die ik deze reis al heb genomen.
