Samen met een nieuwe reisvriend kom ik aan in Santiago op de avond van Halloween. Na wat appen met een vriendin van Rio, Linda, neem ik een Uber naar Providencia om in het hostel te verblijven waar ze werkt. Het is super leuk om Linda en Giovanna (andere vriendin uit Rio) terug te zien en we maken ons samen klaar om uit te gaan. De voetgangers in de stad zijn allemaal volledig verkleed en klaar voor Halloween, wanneer we een uber naar een bar nemen zien we een koppel voorbij lopen met uitgeholde pompoenen op hun hoofd als vermomming (en ook gangbaardere vermommingen uiteraard). We dansen en praten bij en maken plannen voor de volgende dagen.
De eerste week geniet ik volop van de moderne stad: de metro nemen, frozen yoghurt ijsjes eten, naar westerse winkels gaan en alles kunnen vinden in de supermarkt. Linda en ik brengen veel tijd samen door, babbelend, kokend, wat toerisme in de stad, … De musea in Santiago zijn prachtig, groot en gratis of goedkoop. Voor een persoon met een hart voor kunst zoals ik, is het een perfecte plek! Ik hoorde wel vaker dat Santiago een ruige stad was, maar ik merk er zelf niet zo heel veel van. Pas wanneer ik met Linda voor een tweede keer naar het moderne kunstmuseum loop vanaf de grote markt, zie ik dat ze wat oncomfortabel is. Blijkbaar liepen we in een gevaarlijke buurt, waar ik een paar dagen voorheen ook al liep (me van geen kwaad bewust). Ik zal goede beschermengelen hebben, want gedurende mijn hele verblijf in Santiago is me niks geks overkomen en heb ik ook geen gekke dingen gezien.
Na nog een zaterdagavond in de clubs van Bela Vista, maak ik in week 2 een eerste uitstap naar Valparaiso en Viña del Mar. Ik wilde er eerst een paar dagen doorbrengen maar na het stadje te hebben gezien, ben ik blij dat ik er maar een avond bleef plakken. Valparaiso is eeb mooi voorbeeld van vergane glorie. Je kan zien dat het vroeger een rijke stad was met mooie koloniale gebouwen, maar ze werden slecht onderhouden en de straten zijn vuil. Viña is schoner, met boulevards met palmbomen en een lang strand. Maar toch, niets vergeleken met de mooie stranden in Centraal Amerika, de Caraïben en Brazilië.
Op mijn terugweg ga ik langs het Concha y Toro wijndomein. Een duur uitje, net zoals de meeste tours in Chili. 35 euro, 4 glazen wijn en 3 uur later sta ik terug op de stoep te wachten op een Uber. Het wijndomein is mooi, de wijn is oké. Enkele dagen later ga ik voor een week naar Mendoza in Argentinië, de wijn hier is fenomenaal! Na twee weken Santiago was ik toe aan een nieuwe plek en wat nieuwe backpackers ontmoeten, hiervoor was Mendoza ideaal.
De stad voelt Frans aan, met hoge populieren die schaduw over de straten werpen. In Mendoza kan je paardrijden en bergwandelingen maken, maar het meest populaire ding om er te doen is een fiets huren en wijndomeinen bezoeken. Ik verblijf in een leuk, sociale hostel waar ik meteen fijne vrienden maak en doe uiteindelijk drie keer een fietstochtje, elke keer in een ander deel van de stad met haar eigen karakter en type domeinen. Misschien schrijf ik in de toekomst wel een bericht over de domeinen en wat ik ervan vond. De populairste wijn hier is een Malbec, en wat zijn ze goed in het maken van Malbecs hier! De wijnen zijn sterk maar voelen soepel in de mond, hebben een fruitige ondertoon en zijn heerlijk. Ik koop enkele flessen, ook al weet ik niet goed wanneer deze zullen worden gekraakt, vooraleer ik een bus terug naar Santiago neem. Hier gaan de meiden en ik nog één laatste keer samen uit, en neem ik een vervelende nachtbus naar Pucón, in het Noorden van Patagonië. Daar begint mijn tijd aan het einde van de wereld.
