Met pijn in het hart vertek ik uit Rio met mijn eerste nachtbus op het continent. De nachtbussen hier hebben verschillende niveaus van comfort: er zijn er met gewone stoelen (de semi-leite), met stoelen die 150 graden liggen (leite) en 180 graden platliggen (cama). Je kan extra betalen voor een ‘individual’, zodat je geen personen naast je hebt. Ik kies ervoor om mijn eerste ervaring een positieve te maken en neem een leite individual. De eerste in de rij, zodat er niemand voor me zijn of haar stoel achterover zet. Dat vind ik zo claustrofobisch, alsof je geen ruimte hebt om te ademen, laat staan je te bewegen. Ik slaap het merendeel van de rit, maar schrik wakker wanneer er een persoon schijnbaar over me hevelt. Hij ziet dat ik wakkerschiet en pakt snel een telefoon vast. Ik vind het raar gedrag en pak mijn rugzak extra hard vast. Ik vermoed dat hij me anders had bestolen, maar dat ik een paar hele goede beschermengelen had. Rond 9u s’morgens, meer dan 2u later dan voorzien, komen we aan in een oud mijn stadje in de staat van Minas Gerais, genaamd Ouro Preto. Minas staat bekend voor haar mijnen (minas) en Ouro Preto is een van de dorpen waar er als het ware een soort “gold rush” was. Er wordt nog steeds in de buurt gemijnd en in de stad kan je veel edelstenen en goud kopen. Edelstenen van hier worden vaak verscheept naar de diamantbuurt in Antwerpen en de verkopers kennen allen de naam van de stad.
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Het stadje is gebouwd in een heuvelachtig landschap en lijkt erg op dorpen in Portugal. De eerste dag verken ik de stad en de lokale musea, de tweede dag maak ik een uitstap naar beroemde watervallen in de omgeving samen met een elektricien uit Barcelona. De elektricien heeft ongeveer hetzelfde budget als ik, maar deelt het anders in. De avond ervoor viel het me al op dat hij bijvoorbeeld nooit drank bestelt, enkel eten. Na het bezoeken van - eerlijk gezegd wat teleurstellende - watervallen, lopen we de stad in en suggereer ik om te gaan uiteten bij een mooi lokaal restaurant met uitzicht over de heuvels. De gerechten kosten 70 reais, ongeveer 13 euro. Maar dat wou de elektricien niet uitgeven aan eten, dus sleurde hij me naar een lokale kantine voor een prato principal, de lokale bonen-rijst-vlees combo die je dagelijks kan eten, voor 35 reais. Het was lekker, maar het leerde me de les dat ik toch net wat anders reis. Voor mij zijn ervaringen belangrijk en ik wil er best wat aan geven. Minas is de provincie die bekend staat om haar gastronomie, en ik wil ook dat deel van de cultuur ervaren wanneer ik er ben. De elektricien wilt alleen “lokale” dingen doen, wat voor mij een ander woord is voor alleen de goedkope dingen doen. Want het feit dat het restaurant bestaat en vol zit met lokale middenklasse Brazilianen, bevestigt voor mij dat ‘lokaal’ erg verschillende betekenissen kan hebben.
In de middag neem ik de bus naar Belo Horizonte, de hoofdstad van Minas. Omdat het vakantie is, is Ouro Preto vrij leeg en is er veel horeca gesloten. Daarom bleef ik er maar 2 dagen en spendeerde ik er meer in mijn geliefde Rio de Janeiro. Ik kom aan in de het lokale busstation (rodoviaria) en loop naar mijn hotel. De buurt is ruw, met veel bedelaars, daklozen en straatjongeren. Ik kom binnen in mijn hotel en tegelijkertijd loopt er een man met een prostituee naar buiten om een sigaret te roken. Shit, waar ben ik beland? Ik voelde me nog nooit in Brazilie zo onveilig als in deze stad. Nadat de receptionist me mijn kamersleutel geeft, stap ik in de lift. Eerste tralies sluiten, tweede sluiten, licht aandoen en drukken op de knop om naar boven te gaan. Het is een oude lift waar je de knop ingedrukt moet houden en goed moet mikken om op het juiste moment te stoppen om ongeveer gelijk met de vloer uit de lift te stappen. In de nacht val ik in slaap met samba op de achtergrond van een groot feest in een club die in de patio achter het hotel ligt.
De volgende ochtend sta ik om 6u op om een vroege vlucht te pakken naar Salvador, or so I thought! Op het vliegveld probeer ik mijn handbagage gratis in te checken omdat mijn grote rugzak eigenlijk te zwaar en onhandig is. Ik tast alles over en weeg alles af om uiteindelijk tot exact 12 kg te komen met mijn grote rugzak. Eenmaal ingecheckt ga ik naar de gate en wacht geduldig af. De vlucht heeft vertraging en mijn aansluitende vlucht wordt omgeboekt. Ik wil op het vliegtuid stappen maar word tegengehouden door een medewerker. “Yasmine?” “Ja, dat ben ik” “je bent omgeboekt naar een rechtstreekse vlucht naar Salvador, je moet je bagage ophalen bij de bagage claim en opnieuw inchecken”. Ik ben eerst wat ongelovig maar uiteindelijk haal ik mijn bagage op en check ik hem opnieuw in voor de tweede vlucht. Eenmaal bij het boarden wordt ik opnieuw uit de rij gehaald. “Yasmine?” “Ja, dat ben ik” “Je kan niet mee met deze vlucht omdat er een probleem is met je ruimbagage. Je moet naar de bagage claim en je vlucht wordt omgeboekt naar de volgende vlucht”. Mierda! Wat is dit nu weer? Ondertussen ben ik gefrustreerd en stompend door de luchthaven aan het sjokken. Ik vermoed dat de eerste keer dit ook het probleem was, maar de steward niet goed genoeg haar vreemde talen beheerste om het me te vertellen. Ik laat wat traantjes (uiteraard) uit frustratie en vermoeidheid en moet mijn tas opnieuw inchecken. Deze keer lees ik alle kleine lettertjes van wat er wel en niet in een ruimbagage mag. Geen deodorant, geen scheerapparaten, geen telefoons of andere elektronica, en alle andere gebruikelijke dingen. Bij de gate vraag ik of alles ok is, want ik wil niet mijn derde vlucht van de dag missen. Uiteindelijk zit ik op een vliegtuig, 8,5 uur nadat ik aankwam op het vliegveld. Eenmaal in Salvador nam ik een Uber en kwam ik in het donker aan bij mijn hostel. Ik ontmoet er een vriend uit Rio en we praten bij over de voorbije twee weken. De sfeer op de hostel is wat gek en kliekjes achtig, dus ik besluit het een vroege avond te maken en ga slapen om 10u. In de daaropvolgende dagen bezoek ik het strand en het centrum van Salvador, een oude buurt genaamd Pelhourino. Het doet me sterk denken aan Cartagena, hoevel Cartagena platter is en beter onderhouden. Salvador is pas 30 jaar geleden begonnen met het onderhouden en renoveren van gebouwen met toerisme als doeleind. Het is een stad met veel mensen met Afrikaanse achtergronden en je ziet de wortels van hun voorouders overal rond je; in het eten, de muziek, de dansen, kleding, kleuren.
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Na drie dagen Salvador ben ik klaar voor andere oorden en neem ik de catamaran naar Morro de Sau Paulo, een paradijselijk mooi eiland voor de kust van Salvador. Op de ferry bevriend ik een meid die ik in Salvador al eerder had ontmoet. Ze heet Luisina en komt uit Argentinië. Overal waar ik kom bevriend ik precies Argentijnen, haha! We brengen de dag samen op het strand door en kijken naar de zonsondergang. De stranden in Morro hebben fijn, licht gekleurd zand en de zee heeft verschillende tinten lichtblauw water. Je kan op de meeste stranden de bodem van de zee zien door het water, zo helder is het. Ik praat ook met enkele meiden uit mijn hostel, die allemaal uit Sao Paulo komen. Ondanks de taalbarriere maken we wat grapjes en zeggen we dat we s’avonds uitgaan. Rond 20u30 gaan al mijn kersverse vrienden douchen en besluit ik even een korte siësta te doen in mijn feest outfit. Rond 1u s’nachts wordt ik verward wakker en kijk rond me. Ik zie enkele van de meiden slapen en enkele bedden nog leeg. Er gaat niet meer veel gebeuren deze nacht vrees ik. De volgende dag verkennen Luisina en ik de natuurlijke zwembaden bij een van de verdere stranden en ontmoeten we een vriend die ik maakte in Salvador, opnieuw een jonge kerel uit Barcelona. Hij had op me gewacht om te gaan feesten maar besloot uiteindelijk toch gewoon te gaan. Het was een fantastische nacht en hij heeft met wel 10 meiden gedanst. Hé toch, wat jammer dat ik het feestje heb gemist! Lesje geleerd, ik doe geen siëstas meer na 19u. Ik ga in de avond een koffie drinken en samba luisteren met de Braziliaanse meiden. De samba in Salvador is anders dan die van Rio; In Rio is er meer melodie en danst iedereen terwijl in Salvador de samba meer percussie en ingewikkelde partituur heeft. Daardoor is het moeilijker om te dansen en wordt het eerder een muzieksoort waarbij je meezingt. Uiteindelijk belanden we in de lokale club, die Clandestino heet. Maar ik vind de sfeer wat vreemd en besluit rond 1u al te gaan slapen. Op mijn laatste volle dag in Morro verkennen Sarah (Braziliaanse) en ik het strand van Gamboa. Een prachtig strand met helderblauw water en een fijne atmosfeer. Ik leer Sarah en Anna Nederlandse woorden zoals ‘hey hey’ ‘dankjewel’ ‘proost’ en ‘doei’. Hey hey wordt onze persoonlijke inside joke, naast het feit dat niemand wil geloven dat ik met een debit kaart betaal en niet een credit kaart. De rest van mijn tijd in Morro en Salvador geniet ik van Sarah en Anna hun gezelschap en spenderen we elke minuut die we maar kunnen op het strand.
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Geen bijschrift
Samen met mijn potje Pasta Dagua (een Braziliaanse remedie tegen verbrandde huid - je kan wel raden wat er gebeurde) en een armbandje met drie wensen (een traditie in Bahia) neem ik het vliegtuig richting Sao Paulo. Hierbij luidde het afscheid van de meiden en de stranden, want de komende maanden zal ik in de Andes zitten waar 20 graden een luxueus warme dag is. Brrr! Met andere landschappen, andere doelen en een heel ander ritme van leven. Maar eerst nog drie dagen Sao Paulo, waar ik wat administratie moet doen en alles wat de voorbije maand gebeurde, verwerk.