Mijn Patagonië hoofdstuk begint in Pucon, aan de grens van het noorden van Patagonië. Het doet me denken aan Zwitserland: mooie hoge bergen met glooiende heuvels ervoor, veel bomen en koeien in de (alpen)weiden. De huizen in het dorpje zijn uit hout gemaakt en lijken op ouderwetse Oostenrijkse chalets, die wel een likje verf en liefde hebben gekregen. Op mijn eerste dag ga ik met enkele Britten naar een grote waterval kijken, ter voorbereiding op de grote trek over de vulkaan de volgende dag. Wanneer we onderaan de waterval zijn, gaan de Britten zwemmen in het ijskoude water. Aan de kliffen naast de waterval groeien reusachtige bladeren, ik schat dat je er zo eentje wel als een paraplu zou kunnen gebruiken. We lopen de rivier af op zoek naar een plekje in de zon om af te drogen. Omdat de waterval zo hoog is, is de splash-zone dat ook en zijn de paden wat modderig. Ik glijd uit en verstuik mijn enkel heel pijnlijk. We wandelen na even chillen terug omhoog en nemen een Uber terug naar de stad. Ik moet mijn vulkaanbeklimming afzeggen, want wandelen lukt amper. Ik wandel vreemd en alle spieren in mijn linkerbeen proberen te compenseren voor de verzwakte enkel. Ik besluit een wandel-arme uitstap te doen naar de base camp van de vulkaan om zo het natuurwonder toch van dichterbij te kunnen zien. De vulkaan torent dreigend boven Pucon uit, er zijn hier veel actieve vulkanen in de omgeving. Mijn tour deel ik met Jade, een Britse doctor in vulkanologie. Terwijl we in de stoeltjesliften zitten vertelt ze me allerlei leuke feitjes over de vulkaan en eens op basecamp, gaan we stenen zoeken. Ik pik er eentje op waarvan ik denk dat Charles, mijn neefje, leuk zou vinden om te krijgen. Door Jade werd mijn troostprijs uiteindelijk een hele unieke ervaring! Er was die week een conferentie in Pucon met vulkanologen van over de hele wereld, en die dag gingen ze allemaal de trek naar de top van de vulkaan doen. Omdat Jade een slechte knie heeft, kan zij niet mee en zodoende werden we samen geplaatst door puur toeval.
Mijn laatste dag in Pucon breng ik met enkele Britten door bij de thermale baden, die echt erg warm zijn! Van deze geloof ik best dat ze echt zijn, wetende hoeveel actieve vulkanen er in de buurt liggen.
Daarna neem ik een vervelende nachtbus (zoveel bochten) terug naar Santiago om een vlucht te pakken naar Punta Arenas, een dorpje helemaal in het zuiden van Patagonië. Punta Arenas staat bekend om pinguïn tours en is mijn eerste confrontatie met Patagonische prijzen. Voor pinguïns te zien? Minimaal 100 dollar. Walvissen? 200. Dat kan mijn budget niet aan, en bovendien heb ik ze al gezien in Peru, dus neem ik een vroege bus naar Puerto Natales. Op de bus ontmoet ik Chris, een Fin die ongeveer dezelfde route doet. We babbelen over van alles en drinken een biertje in Puerto Natales, dat er al leuker uitziet dan Punta Arenas. De volgende dag doe ik een cruise naar twee prachtige gletsjers, de Balmaceda en Serrano gletsjers. Tijdens de tour mag je naar de tweede gletsjer wandelen, krijg je whisky met gletsjerijs dat ze opvissen uit het gletsjermeer terwijl de toeristen foto’s maakten, en krijg je een asado met lamsvlees. We zagen ook watervallen en zeeleeuwen. Het was een dure maar prachtige dag die ik me nog lang zal herinneren, een hele speciale ervaring. In Puerto Natales doe ik ook nog een tour naar het nationale park van Torres del Paine. Oorspronkelijk wilde ik dagenlang wandelen daar, maar ik kan nog steeds amper op mijn enkel steunen. Onze gids is verzot op Puma’s en heeft er zelfs een tattoo van op zijn voorarm staan. Gedurende de hele rit zit hij samen met de chauffeur steeds te loeren om te zien of ze er eentje kunnen spotten. We rijden naar verschillende uitkijkpunten over het park, die prachtig zijn! Het is een mooi park met dramatische bergtoppen. Maar, indien je niet de ‘O-trek’ van 8 dagen doet, zie je wel steeds enkel dezelfde bergen. De O-trek is gesloten vanwege een hevige sneeuwstorm eerder die maand, waar 5 mensen om het leven kwamen. Helaas krijgen toeristen die de O-trek hebben geboekt, hun geld niet terug. Meer dan 1000 euro vliegt zo het raam uit per toerist. Patagonische prijzen slaan weer toe… Ik neem een bus naar El Chalten, een dorpje dat bekend staat om prachtige wandelingen. Ik raap al mijn moed bij elkaar om al strompelend toch op z’n minst een wandeltocht te doen in Patagonië, ook al moet ik dan maar een week langer revalideren. Ik smeer mijn boterhammen, maak me helemaal klaar om s’morgens vroeg te vertrekken en… stortregen. Bij hevige regen werden de wandelpaden afgesloten en ik had geen tijd om te wachten tot ze later die dag weer zouden opengaan omdat mijn bussen en vluchten al geboekt waren. Een tikje verslagen ga ik naar Calafate, waar zon en vrolijke mensen in het hostel me opwachten. Eindelijk een vrolijke, sociale plek in Patagonië! Tot nu toe was alles wat koud en kil, maar hier lijkt vrolijkheid toe te slaan. De laatste ochtend ga ik naar de bekende Perito Moreno gletsjer, een brede en grote gletsjer. Af en toe horen en zien we ijsblokken in het water storten, de afmetingen zijn absurd. Tot de regen weer toeslaat, en iedereen toevlucht zoekt in de cafetaria. Daar wachten we op de chauffeur terug en neem ik die avond het vliegtuig naar Buenos Aires, waar ik de komende weken vooral vrienden zal zien en zal genieten van de stad. Ik heb wat spijt dat ik Patagonië al moet verlaten; het is een prachtige plek maar ik had niet genoeg tijd om te wachten tot het weer en mijn enkel me zouden toelaten om er echt avontuurlijk van te kunnen genieten. Ik zou er zeker nog eens terug naartoe willen gaan, maar waarschijnlijk iets noordelijker blijven. Terug naar Pucon, Puerto Varas en Bariloche verkennen. Dat staat nog op mijn Zuid-Amerika verlanglijstje, samen met wijnen proeven in Salta.
